BUMMER IN THE SUMMER
Een zomerdag in Brussel. Onderwijzer Mike neemt afscheid van zijn kinderen Ella en Steve, die door zijn vrouw Nele naar een zomerkamp worden gebracht. Op aandringen van Nele trekt hij de stad in om wat overlevingsspullen te kopen, voor het geval er oorlog uitbreekt. De geopolitieke spanningen lopen namelijk hoog op.
Mike beseft hoe slecht het met de wereld gaat, maar voelt tegelijk een onweerstaanbare drang om van het moment te genieten, om rond te slenteren en zich te laten meedrijven. Op een dakterras vertelt een gids over Lodewijk XIV, die Brussel in brand stak. Een oud-leerling van dertien zegt dat hij liever niet zou worden opgeroepen voor het leger. De zon klimt hoger aan de felblauwe hemel en Mike dwaalt steeds zorgelozer door zijn stad.
's Avonds, als de schaduwen langer worden, is Mike – samen met een kennis – getuige van een overval bij een frituur. Een drugsverslaafde houdt een vrouw gegijzeld met een mes tegen haar keel. Mike probeert hem te kalmeren, alsof het om een leerling op de speelplaats gaat. Daarbij krijgt hij zelf een mes tegen de keel, maar hij weet zich te bevrijden dankzij het overlevingsmes dat hij die namiddag kocht.
Na het incident leert Mike Inês kennen, de Portugese vrouw wiens leven hij redde. Samen gaan ze op zoek naar haar elfjarige zoon, die ergens in de stad aan het skaten is. Een lange wandeling naar het kanaal. Een onverwachte verliefdheid. Op een steiger gooit Mike in een opwelling zijn trouwring in het water en duikt er meteen achteraan. Rond Inês kleurt de lucht fosforescerend groen en paars, als een psychedelisch tafereel. Dan beginnen de aftitelingsbeelden te lopen, en horen we een dof gerommel, als van een aardbeving of een bombardement.