DE LA TERRE A LA LUNE
Twee zonderlinge personages, ergens gevangen tussen wetenschap en droom, zijn vastbesloten om de Maan te bereiken. Maar hun ruimteschip heeft geen motor, alleen herinneringen, kapotte mechanismen en aan elkaar geflanste stukjes verbeelding. Dus lopen ze te voet van de Aarde naar de Maan. Elke etappe van hun reis is een verdwaald stukje van de Maan: een verstilling van de tijd, een flard van een droom, een grappige of vreemde herinnering. Ze komen acrobaten in een baan om de aarde tegen, kosmonauten op zoek naar een nieuwe ruimteverovering, een tol die dankzij de zwaartekracht blijft draaien, een man die vastgesnoerd is aan zijn koelkast die tot raket is omgebouwd. En telkens weer wordt er iets gelijmd. Iets komt tot leven.
De voorstelling is een poëtische en absurde doortocht, een kosmische expeditie met touwtjes en plakband, een scherp besef van het vergeefse, en de overtuiging dat de Maan geen plek is, maar een bestemming van de verbeelding.
Het is het verhaal van een reis naar wat ons ontglipt, naar wat we nooit echt zullen bereiken, behalve misschien, samen, voor even tijdens een voorstelling.